De supermarkt ruikt naar versgebakken brood en gekoelde yoghurt. Bij zelfscankassa vijf staat hij; hij scant alleen een sixpack bier dat in de bonus is, wil snel afrekenen en denkt al klaar te zijn. Ik loop langs met mijn PDA en een glimlach die meer vraagt dan geeft.
“Een kleine controle, meneer. Uw bon en ik moet u kort fouilleren.”
Hij draait zich om. Ik stap dichtbij en begin aan de controle. Mijn vingers gaan methodisch te werk: ik bevoel elke zak, trek ze licht uit en kijk hem streng aan terwijl ik de inhoud controleer. Mijn hand glijdt verder naar beneden en besteedt extra aandacht aan zijn kruis. De broek lijkt erg goed gevuld in het kruis; ik kneed zachtjes om de contouren vast te stellen. Wellicht een verstopt rolletje pepermunt, of heeft deze klant daar misschien nog iets anders wat er niet hoort?
Mijn stem blijft laag en zakelijk. “Meewerken. Volg me naar het toilet.”
We lopen de korte gang door. Bij binnenkomst zeg ik hem duidelijk: “U wordt verdacht iets in uw broek te dragen wat er eigenlijk niet hoort. Dat gaan we nu controleren.”
Ik ga achter hem staan, met mijn blik gericht op de grote spiegel voor ons. Eerst maak ik zijn riem los, open de knoop en rits zijn gulp open. Zijn broek daalt over zijn heupen. Daarna bevoel ik de stof van zijn boxershort en trek ze volledig naar beneden. Pas nu pak ik een aantal vellen toiletpapier van de rol en houd ze voor hem uit.
Mijn oogcontact in de spiegel blijft vastberaden.
“Leeg je zak volledig. Nu. Direct.”
Er is geen aarzeling. Mijn arm omsluit zijn middel zodat hij niet wegloopt, ik merk dat zijn hartslag hoog is, kijk via de spiegel naar zijn handelingen en controleer of de volledige inhoud zich ledigt op het toiletpapier.
Ik help hem zijn boxershort en broek weer omhoog te trekken, doe de knoop vast en sluit zijn gulp weer netjes. Mijn laatste woorden klinken rustig, maar dragen gewicht:
“Als ik je straks nog eens aantref met een volle zak… dan volgen er maatregelen. U staat de komende tijd onder verscherpte controle.”
Hij knikt, draait zich om en loopt weg. Ik laat de deur openvallen, pak mijn PDA op en keer terug naar kassa vijf. Het scangeluid begint weer. Alsof er niets is gebeurd.
Maar ik weet wel beter. En hij ook.